Betonkop & Trump bespreken de Nederlandse woningnood

Nederland. Het land dat ooit water bedwong, dijken bouwde, en hele polders uit zee trok met niet meer dan koppigheid en een stoommachine. Maar als het om woningen gaat? Dan staan we met z’n allen als een stel verdwaalde makelaars in een moeras van regels, rapporten en politieke lafheid.

We hebben een tekort van bijna 400.000 huizen. Jongeren wonen langer thuis dan hun PlayStation-updates duren. Starters moeten bidden tot de bank voor een hypotheek die meer lijkt op een levenslange gevangenisstraf. De huurprijzen? Onbetaalbaar. De wachttijd voor sociale huur? Langer dan de gemiddelde carrière van een VVD-minister.

En wat doet de politiek? Ze schuiven. Ze vergaderen. Ze praten over “marktwerking” alsof de markt ooit een huis heeft gebouwd. Ondertussen worden bouwprojecten gesloopt door stikstofregels, bezwaarprocedures en een overheid die sneller plat gaat dan een Haagse lobbyist op een VVD-netwerkborrel.

In de studio knalt de koffiekan op tafel. Ik, Betonkop, kijk in de camera alsof ik net de sleutel van Nederland zoek en alleen een lege sleutelbos vind.

“Genoeg.”

Want dit is geen probleem meer. Dit is een nationale vernedering. Een land dat een strontemmer niet eens kan bouwen omdat er eerst 27 commissies moeten vergaderen of de schaduw wel milieuvriendelijk genoeg is.

En dus… heb ik iemand uitgenodigd die beweert dat hij problemen niet oplost, maar weg-bouwt. Een man die nooit wacht, nooit luistert, en altijd groter denkt dan gezond is.

Donald J. Trump.

Hij zit tegenover me. Het colbert glimt. De das is langer dan de lijst met VVD-schandalen. Hij glimlacht alsof hij de Randstad al bezit.

Betonkop: “Meneer Trump… welkom terug in Studio Sloopkogel. Nederland zit vast. We bouwen te weinig, we praten te veel, en we leven in een land waar zelfs Wassenaar horizontaal blijft. Wat is uw eerste indruk?”

Hij leunt achterover, strekt zijn armen alsof hij de halve studio koopt, en zegt:

Trump: “Het is heel simpel. Jullie hebben kleine huizen omdat jullie kleine mensen hebben. In Amerika… we bouwen big. Bigger than big. Ik kijk naar Nederland en denk: waar zijn de torens? Waar zijn de deals? Dit is triest. Heel triest.”

En hij lacht.

Het soort lach dat alleen iemand heeft die niet weet dat je hier voor één vergunning drie jaar moet wachten.

Betonkop: “Dus, meneer Trump… u zegt dat we groter moeten bouwen. Maar hoe? We hebben stikstof, bezwaarprocedures, gemeenten die alleen maar praten over ‘leefbaarheid’. Dit land zit vast.”

Trump kijkt me aan zoals een leeuw naar een salade kijkt.

Trump: “Leefbaarheid? Niemand weet wat dat betekent. In Amerika… we hebben geen leefbaarheid. We hebben wolkenkrabbers. Fantastische wolkenkrabbers. Ik zeg jullie dit: vul de hele Randstad met skyscrapers. Hoger dan Dubai. Mooier dan New York. The best. En weet je wat? Ik doe Wassenaar ook. Bergen. Aerdenhout. Alles omhoog. Iedereen rijk. Niemand dakloos. Heel simpel.”

Hij klapt in zijn handen, alsof hij net de Bijbel heeft herschreven.

Betonkop: “U bedoelt… Wassenaar de lucht in?”

Trump: “Absolutely. Kijk, die mensen hebben geld. Ze willen uitzicht? Dan krijgen ze uitzicht… van de 80e verdieping. En Hilversum? Ik maak er Manhattan van. Zelfs jullie asielzoekers kunnen erin. Luxury asylum towers. Iedereen blij. Niemand boos. Dat is wat ik doe: win-win.”

Ik knipper. Eén keer. Twee keer.

In de regiekamer hoor ik iemand z’n koffie bijna uitspugen.

Betonkop: “Meneer Trump… u wilt dus letterlijk heel Nederland volbouwen met wolkenkrabbers? Inclusief Wassenaar?”

Trump buigt naar voren, wijst met die theatrale vinger van hem:

Trump: “Kijk. Jullie hebben ruimte. Maar jullie kijken verkeerd. Jullie kijken plat. Ik kijk omhoog. Dat is het verschil tussen verliezen en winnen. En ik win altijd. Jullie krijgen The Art of the Skyscraper. Nederland wordt… Trump Sky City.”

De stilte in de studio is dikker dan de jaarverslagen van het ministerie van Volkshuisvesting.

En voor het eerst… heel even… vraag ik me af of hij écht meent wat hij zegt.

Betonkop: “En stikstof? Europese regels?”

Trump lacht. Een harde, platte lach.

Trump: “Regels? Fake news. Je bouwt eerst. Je praat later. In Amerika noemen we dat ‘efficiëntie’. Jullie moeten leren winnen.”

Ik kijk hem aan. En op een of andere duistere manier… werkt het. Want voor het eerst sinds jaren hoor ik iemand met een plan. Een krankzinnig plan, maar een plan.

Betonkop: “Meneer Trump, even over de VVD. U kent ze niet, maar geloof me: dit zijn de kampioenen van niks doen. Ze regeren al dertien jaar, en het enige dat ze gebouwd hebben, zijn PowerPoint-presentaties en wantrouwen bij de bevolking.”

Trump fronst, zoals alleen Trump kan fronsen: een mengeling van ongeloof en pure verachting.

Trump: “Dertien jaar? En nog steeds geen skyscrapers? Dat is geen partij, dat is een club voor losers. In Amerika? Dertien jaar en ik had een muur om de maan gezet. Fantastische muur. Mensen zouden huilen als ze hem zien, tranen van geluk.”

Hij slaat met zijn hand op tafel. Een papieren koffiebeker trilt mee als een VVD-verkiezingsbelofte.

Betonkop: “Ze zeggen dat bouwen lastig is. Stikstof, bezwaarprocedures, inspraakavonden. En ondertussen rijzen de huren de pan uit, kopen alleen nog hedgefondsen huizen, en staan starters in de kou.”

Trump: “Inspraak? Kijk, dat is jullie probleem. Jullie praten te veel. In Amerika… wij bouwen eerst, wij praten nooit. Praten is voor verliezers. Die VVD? Ik zal je vertellen: dat zijn geen leiders. Dat zijn lijders. Ze verkopen lucht. Slechte lucht ook nog. Heel slecht. Zoals dat stikstof. Ik zou ze ontslaan. Allemaal. Weg ermee. En ik zet mijn mensen neer. Mensen die bouwen. Grote mensen. Winnaars.”

Hij leunt achterover alsof hij net een coup gepleegd heeft in Den Haag.

Betonkop: “U bedoelt… u zou de VVD gewoon wegsturen?”

Trump: “Wegsturen? Ik zou ze opsluiten in één van mijn torens. Helemaal bovenin. Mooie toren. Niemand kan eruit. En weet je wat? Ik zet er een bord op: ‘Coalitieoverleg – permanent’. Dan blijven ze daar tot ze begrijpen hoe je wint.”

De regiekamer lacht. Hard. Te hard.

Betonkop: “Meneer Trump, het probleem is dat de VVD altijd belooft dat ze bouwen, maar het nooit doet. Ze schuiven alles door. Rapport na rapport. Ze noemen het ‘realistisch beleid’.”

Trump: “Realistisch beleid? Dat is wat verliezers zeggen als ze bang zijn om te winnen. Ik heb ook rapporten. Weet je hoe dik? Eén pagina. Staat maar één ding op: ‘Bouw!’ Heel groot. In kapitalen. Dat is hoe je dingen oplost in fontsize 120.”

Hij pakt een servetje, krabbelt er “BUILD!” op in gigantische letters, en zwaait ermee als een verkiezingsprogramma.

Betonkop: “Dus uw advies voor Nederland?”

Trump: “Fire the VVD. Hire me. Ik maak van jullie een wolkenkrabber-paradijs. En als iemand protesteert? Gratis penthouse. Zo koop je ze om. Fantastisch systeem. Heel eerlijk ook.”

En even – héél even – lijkt het alsof ik het voor me zie: Rutte in een glazen toren van 120 verdiepingen, opgesloten met zijn eigen memo’s, terwijl Trump buiten staat te juichen.

Betonkop: “Meneer Trump, uw plan om de woningmarkt te nationaliseren klinkt… ongebruikelijk. Kunt u dat uitleggen?”

Trump glimlacht zoals alleen hij kan glimlachen: de zelfverzekerde grijns van iemand die niet weet wat hij zegt, maar ervan overtuigd is dat het briljant is.

Trump: “Kijk, in Amerika hebben we het kapitalisme. Fantastisch systeem. Iedereen zegt het. Maar jullie hebben hier in Nederland een woningmarkt die niet werkt. Alles is duur. Niemand kan iets kopen. Behalve misschien een VVD’er. Heel triest. Dus wat doen we? Heel simpel: ik neem het over. Alles. Iedere straat, elk huis, van Groningen tot aan de zee. Trump Real Estate Nederland. Mooiste naam. Grootste succes.”

Hij leunt voorover, handen gevouwen alsof hij net de economie opnieuw heeft uitgevonden.

Betonkop: “U bedoelt… de overheid koopt alle huizen op?”

Trump: “Overheid? Nee. Ik. Ik koop het. Met korting, want ik doe altijd de beste deals. En daarna maak ik er iets geweldigs van. Geen saaie rijtjeshuizen meer, geen oude flats, niet de slome doorzon woningen. Nee. Goud. Glas. Skybridges. Gouden liften. Zelfs de sociale huur krijgt marmeren lobby’s. Weet je wat mensen dan doen? Ze betalen graag. Heel graag. Niemand protesteert tegen een penthouse met uitzicht op de Action.”

Ik hoor mijn regisseur fluisteren in mijn oortje: “Heeft hij nou net sociale woningbouw met gouden liften beloofd?” Ja. Ja, dat heeft hij.

Betonkop: “Maar meneer Trump, Nederland is geen Trump Tower. We hebben regelgeving, huurprijzen, woningcorporaties…”

Trump: “Regelgeving? Schrap het. Huurprijzen? Verdubbel ze. Woningcorporaties? Fuseren tot één bedrijf: Trump Housing BV. Kijk, ik geef iedereen hetzelfde: groot, hoog en schitterend. En als iemand zegt dat het niet kan? Dan zeg ik: fake news.”

Hij spreidt zijn armen alsof hij een toren van 200 verdiepingen in gedachten heeft waar totáál niemand op zat te wachten.

Betonkop: “En wat doet u met de mensen die hun huis niet kunnen betalen?”

Trump: “Eenvoudig. Ze krijgen een appartement op verdieping 50. Gratis. Maar… en dit is slim, heel slim… ze krijgen wel mijn logo op hun voordeur, aan beide kanten. Want als ze in mijn toren wonen, dan doen ze gratis reclame. Iedereen wint. Ik noem het: luxury socialism. Geniaal. Niemand doet het beter.”

Ik kijk hem aan. Hij meent het. Hij wil de woningmarkt nationaliseren, privatiseren én tot reclamebord omtoveren. Allemaal tegelijk.

Betonkop: “Meneer Trump… u wilt dus dat de hele Nederlandse woningmarkt één groot Trump-project wordt?”

Trump: “Precies. Eén merk. Eén visie. En raad eens? Geen enkele VVD’er die mij tegenhoudt. Want die zijn allemaal nog opgesloten in die toren waar ik ze achterliet.”

En daar, live in de studio, zegt hij het alsof het de normaalste zaak ter wereld is. En ik? Ik vraag me af of dit niet exact het soort krankzinnige daadkracht is waar Nederland al jaren naar snakt.

Betonkop: “Meneer Trump, bezwaarprocedures zijn in Nederland heilig. Burgers mogen klagen, buurten mogen procederen, en dankzij de Raad van State kan één boze buurman een bouwproject vijf jaar stilleggen. Hoe wilt u dat oplossen?”

Trump leunt achterover alsof hij een schatkist heeft geopend waar niemand nog in durft te kijken.

Trump: “Kijk, bezwaarprocedures… vreselijk. Echt vreselijk. In Amerika hebben we ook klagers, maar ik heb een regel: wie klaagt, verliest. Heel simpel. Jullie verspillen jaren aan praten, vergaderen, bezwaarschriften. Ik doe dat niet. Ik zeg: je hebt één middag. Niet meer. Je klaagt, je verliest, en daarna bouw ik.”

Hij steekt z’n vinger omhoog, alsof hij net een nieuw natuurwetboek heeft geschreven.

Betonkop: “Dus u wilt de bezwaarprocedures afschaffen?”

Trump: “Niet afschaffen. Heruitvinden. Je krijgt een grote zaal. Iedereen die bezwaar heeft mag komen. Ik zit op een troon – fantastische troon, van marmer – en dan zeg ik: wie is tegen? Ze mogen hun hand opsteken. Daarna zeg ik: bedankt, u verliest. En dan begint de bouw. Niemand doet dat sneller dan ik. Iedereen zegt het.”

Hij zegt het alsof hij net de grondwet herschreven heeft met een post-it.

Betonkop: “En wat als mensen naar de rechter stappen?”

Trump: “Rechter? Ik ben de rechter. En de jury. En de architect. Kijk, in Amerika noemen we dat efficiëntie. Hier noemen jullie dat bureaucratie. Jullie houden van papier. Ik hou van wolkenkrabbers. Daarom bouwen jullie niets en daarom bouw ik alles. Heel simpel.”

In mijn oortje hoor ik de regisseur alweer lachen. Ik niet. Want Trump heeft het over iets waar elke projectontwikkelaar in Nederland stiekem van droomt: één handtekening, nul bezwaar.

Betonkop: “Meneer Trump, dat klinkt als dictatuur.”

Trump: “Dank je. Mooiste compliment dat ik vandaag heb gehad. Weet je wat het verschil is tussen een dictator en een loser? Succes. En ik win altijd. Jullie krijgen huizen, ik krijg mijn skyline. Iedereen blij. Behalve misschien die ene buurman. Maar die mag dan gratis verhuizen naar verdieping 3. Mooie deal. Beste deal.”

Hij leunt naar voren, legt zijn hand op tafel, en knipoogt.

Trump: “Eén middag. Eén middag en ik heb de hele Randstad vol torens. Zonder gezeur, zonder VVD, zonder commissies. Alleen hoogbouw en succes. Nederland verdient dat.”

En ergens, heel diep vanbinnen, besef ik dat hij een punt heeft. Misschien niet het goede punt, maar wel het soort punt waar je ineens 200 nieuwe woontorens van krijgt.

Betonkop: “Meneer Trump, in Nederland bouwen we niet alleen langzaam, we bouwen ook beperkt. Bouwvakkers hebben werkuren, vergunningen kosten jaren, en elke wethouder moet eerst een inspraakavond houden. Hoe gaat u dat versnellen?”

Trump lacht, breed, alsof hij net een wolkenkrabber cadeau heeft gekregen.

Trump: “24/7. Non-stop. Geen pauzes. Geen weekenden. In Amerika doen we dat. Wij bouwen terwijl jullie slapen. Dat is waarom wij wolkenkrabbers hebben en jullie… bakstenen rijtjeshuizen. Schattig hoor, maar niemand wordt daar groot van. Ik zeg: bouwers krijgen lampen, helikopters, koffiemachines. Alles. We stoppen niet tot de lucht eruitziet als Manhattan. Fantastisch Manhattan.”

Hij wijst naar het plafond van de studio alsof hij de eerste fundering al ziet.

Betonkop: “Maar meneer Trump, we hebben hier bouwvoorschriften, arbeidswetten… mensen moeten rusten.”

Trump: “Rust is voor verliezers. Je wilt slapen? Prima, slaap in je nieuwe penthouse op verdieping 80. Maar eerst bouwen. En luister, ik betaal niet per uur, ik betaal per verdieping. Hoe sneller je bouwt, hoe sneller je wint. Niemand wint harder dan ik.”

Hij buigt voorover, zijn handen gespreid als een aannemer die net de Bijbel opnieuw heeft geschreven.

Trump: “Kijk, als jullie de bouw 24/7 doen, binnen een jaar is Nederland onherkenbaar. Rotterdam? Hong Kong aan de Maas. Amsterdam? New York met grachten. Den Haag? Trump City. Niemand wil ooit meer naar Wassenaar kijken. Te laag. Te zielig. Alles de lucht in!”

Ik probeer hem te onderbreken, maar hij gaat door alsof hij de bouwkraan persoonlijk al gestart heeft.

Trump: “En weet je wat het mooiste is? Asielzoekers, studenten, starters – allemaal in mijn torens. Fantastische torens. Iedereen zegt: Trump, dat kan niet. En dan doe ik het. Ik heb zo vaak dingen gedaan die niet konden, dat ‘niet kunnen’ mijn specialiteit is.”

Betonkop: “En wie betaalt dat allemaal, meneer Trump?”

Trump: “Niemand. Ik niet. Jullie niet. De banken betalen, vooral de Rabobank. Ze houden van mij. En als de banken niet willen, verkopen we lucht. Lucht is gratis. Kijk omhoog. Zie je dat? Allemaal gratis vastgoed. Je hoeft alleen maar te bouwen. Niemand snapt dat behalve ik. Heel triest.”

Hij leunt achterover, kijkt voldaan en zegt:

Trump: “Binnen twee jaar is jullie woningnood weg. Niet opgelost, nee… verdwenen. Want als er 500 nieuwe torens staan, heeft niemand meer tijd om te klagen. Te druk met het uitzicht.”

En heel even stel ik me voor hoe het eruitziet: de Randstad als een tweede Manhattan. Lelijk. Meedogenloos. Maar… effectief.

Betonkop: “Meneer Trump, u zegt dus dat uw skyscraper-plan de woningnood oplost. Maar zelfs als dat technisch kan – hoe krijgt u heel Nederland zo ver om hun skyline op te geven?”

Trump grijnst. Niet zomaar een grijns, maar de grijns van iemand die net besloten heeft dat de Eiffeltoren eigenlijk beter in zijn achtertuin zou staan.

Trump: “Luister, niemand houdt van lage gebouwen. Lage gebouwen zijn voor lage ambities. Mensen willen groot. Mensen willen winnen. Kijk naar Manhattan. Iedereen wil Manhattan. Niemand zegt: ‘Oh, ik wil een rijtjeshuis in Nieuwegein.’ Nee. Ze zeggen: ‘Ik wil uitzicht. Ik wil liften. Ik wil een penthouse zo hoog dat ik wolken kan aanraken.’ En dat is wat ik jullie ga geven.”

Hij tikt met zijn wijsvinger op tafel alsof hij de eerste paal van Trump Tower Zandvoort zojuist heeft geslagen.

Trump: “Randstad? Helemaal de lucht in. Wassenaar? Mooie plek. Veel rijke mensen. We maken het nóg rijker. Tien torens van 120 verdiepingen. Bergen? Torens. Hilversum? Torens. En geloof me, ik doe een deal met de bewoners: iedereen krijgt de bovenste tien verdiepingen. Gratis. Want ik ben een gever. Niemand geeft meer dan ik. Mensen huilen van geluk als ik geef.”

Betonkop: “En de rest van Nederland? De natuur, de dorpen…?”

Trump: “Dorpen? Zet er een toren in het midden. Eén mooie toren. Iedereen blij. Natuur? Laten we eerlijk zijn: bomen zijn gewoon oude gebouwen zonder liften. Heel triest. Maar ik zeg: bomen op het dak! Daktuin! Niemand verliest. Iedereen wint. Dat is mijn skyline-revolutie.”

Hij leunt naar voren, alsof hij de hele wereld een geheim gaat verklappen.

Trump: “En de asielzoekers? Beste plek: verdieping 50 tot 70. Prachtig uitzicht. Mensen zien de zon opkomen en denken: ‘Wow, Amerika.’ Het lost alles op. Geen discussie meer. Geen links, geen rechts. Alleen omhoog. Upward. Dat is de toekomst.”

Er valt een stilte. Ik kijk hem aan. Ik probeer te bedenken of dit waanzin is of… geniaal. En heel even, héél even, stel ik me voor hoe de Randstad eruitziet als Las Vegas met grachten.

Trump: “Mensen gaan van heinde en verre naar Nederland komen. Niet voor molens. Niet voor tulpen. Voor torens. Jullie krijgen de hoogste skyline ter wereld. Niemand kan meer om jullie heen. En als iemand klaagt? Heel simpel: ze kijken gewoon niet omhoog.”

Hij lacht breed, staat op alsof hij net de eerste steen heeft gelegd en zegt:

Trump: “Nederland gaat de lucht in. Bigly.”

En ik… ik weet niet of ik moet lachen, huilen, of alvast een helmpje kopen.

Ik kijk Trump aan. Hij straalt. Alsof hij mij net een wolkenkrabber op de maan heeft verkocht. En ik weet: dit plan gaat niet alleen over hoogbouw, het gaat over hoogmoed. Maar eerlijk… in vergelijking met wat de VVD al decennia doet, klinkt het bijna revolutionair.

Want wat doet de VVD? Ze beloven. Altijd beloven. Meer huizen, minder regels, snellere procedures. En elke keer, na vier jaar Rutte, staan we niet in een penthouse met uitzicht op de toekomst, maar in dezelfde rijtjeswoning van politieke stilstand. De VVD zegt: “We bouwen 900.000 woningen.” Maar ze vergeten erbij te zeggen: “Na 2080. Misschien. Als de stikstof ooit oplost.”

Trump daarentegen? Die zegt gewoon: “Toren. Morgen.” Absurd, ja. Onrealistisch? Uiteraard. Maar het is tenminste een plan. VVD-beleid is geen plan. VVD-beleid is een PowerPoint-presentatie waar zelfs de ratten in de Tweede Kamer van in slaap vallen.

Trump wil de Randstad transformeren in Manhattan aan de Maas. De VVD wil nóg een commissie oprichten. Trump zegt: “Bouw omhoog.” De VVD zegt: “Eerst een haalbaarheidsonderzoek van drie jaar.” En intussen slapen starters bij hun ouders op zolder, met uitzicht op het niet-bestaande VVD-woonbeleid.

Dus misschien – en ik kan niet geloven dat ik dit zeg – is de waanzin van Trump eerlijker dan de slappe beloftes van de VVD. Want als we moeten kiezen tussen een luchtspiegeling en een luchtkasteel, geef mij dan maar dat laatste.

Trump: “Zie je? Ik win altijd. Zelfs jij geeft het toe.”

Ik zucht. Hij heeft geen gelijk, maar hij klinkt overtuigender dan elk VVD-congres sinds 2001.

Betonkop: “Oké Donald… bouw die torens. En zet er meteen een kantoor voor de VVD in. Helemaal bovenin. Geen lift. Laten ze maar eens ervaren hoe het voelt om de sociale ladder te moeten beklimmen.”

Hij lacht. Ik niet.

Want diep van binnen weet ik: als wij het niet doen, krijgen we gewoon nóg vier jaar VVD. En dat is pas echt hoogmoed zonder hoogbouw.

Trump leunt achterover, zelfvoldaan als een man die net Manhattan op Marktplaats heeft gezet en de Randstad inruilt voor een golfresort. Hij wijst naar mij alsof hij net een deal heeft gesloten.

Trump: “Jij snapt het. Niemand snapt het zoals jij. We gaan torens bouwen, zoveel torens, dat zelfs de wolken een vergunning nodig hebben.”

Ik knik, niet omdat ik het ermee eens ben, maar omdat ik te moe ben om nog tegen te stribbelen. Want eerlijk… wat is er erger? De krankzinnige hoogbouwfantasie van een reality-tv-miljardair, of de lege beloftes van decennia VVD?

Trump: “En vergeet niet: de asielzoekers? Fantastische mensen. We geven ze de bovenste verdiepingen. Beste uitzicht, niemand kan klagen. En de VVD? Die krijgen de penthouse, zonder lift, zonder ramen. Ze mogen eruit als de eerste woning klaar is.”

Hij lacht. Ik niet. Maar ergens, heel diep, klinkt het bijna als gerechtigheid.

Betonkop: “Goed. Donald, bedankt. Nederland is weer een plan rijker… of een illusie armer. En voor wie denkt dat we hiermee gek genoeg geweest zijn: volgende week gaan we nóg dieper de afgrond in. Want dan duiken we in de nationale schandvlek die zelfs de VVD niet meer kan wegmasseren: de toeslagenaffaire.

Duizenden gezinnen kapotgemaakt, een overheid die deed alsof ze Excel-sheets belangrijker waren dan mensen, en politici die achteraf zeiden: ‘We hebben er veel van geleerd.’

Dus pak je popcorn, want als je dacht dat woningnood een puinhoop was… wacht maar tot we de toeslagenhel induiken.”

Trump: “Als jullie het niet oplossen? Bel mij. Ik heb geweldige spreadsheets. De beste.”

Ik leg de microfoon neer. Dit was Studio Sloopkogel. En de enige torens die hier vandaag overeind bleven… waren de luchtkastelen.

Write a Comment

Leave a Comment