Na meer dan tien jaar Rutte en een spoor van neoliberale sloop achter zich, zou je denken dat Nederland genoeg heeft van de VVD. En toch: verkiezing na verkiezing, blijft een groot deel van de kiezers trouw rood potlood zetten bij de partij die vooral grootkapitaal, multinationals en belastingtrucs bedient.
Waarom? Zijn we collectief gehypnotiseerd door Rutte’s glimlach? Gaat het om angst, gemakzucht, of een diep geloof in een “stabiele premier” die vooral stabiliteit voor de rijksten garandeert? In dit derde en laatste deel van ons drieluik pluizen we uit waarom mensen blijven stemmen op een partij die zelden iets voor hén doet tenzij je toevallig een trustkantoor in de Zuidas runt.
We leggen bloot hoe framing, mediasturing en misplaatste loyaliteit de democratie gijzelen. En belangrijker: hoe we deze vicieuze cirkel kunnen doorbreken.
Want als je blijft stemmen op je eigen achteruitgang, krijg je precies dat: achteruitgang. Daarom:
Onderzoeksvraag: Waarom zijn Nederlandse kiezers, ondanks aantoonbaar neoliberaal VVD-beleid dat vooral grote bedrijven en vermogenden bevoordeelt, toch op de VVD blijven stemmen? We analyseren dit sinds 2010, met nadruk op de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 en 2023.
Data detail: Ongeveer 35% van VVD-stemmers zit bij inkomens waar VVD-beleid hen niets oplevert of hen zelfs schaadt. (inkomen onder 55k bruto p/j) Zij stemmen tegen hun eigen economische belangen. Hoe kan dat toch?
Profiel van de VVD-stemmer sinds 2010
VVD-stemmers komen disproportioneel vaak uit hogere sociaaleconomische groepen. Ze hebben gemiddeld een hoger inkomen en vermogen, zijn vaker hoogopgeleid en relatief vaak man en ouder dan 50[1][2]. Regionaal gezien kent de VVD brede steun – in zowel steden als platteland – maar vooral in welvarende gemeenten scoort de partij hoog. Cruciaal is ook woningbezit: huiseigenaren stemmen ruim twee keer zo vaak rechts (VVD of FvD) als huurders[3]. Omgekeerd kiezen huurders juist vaker voor SP, PVV of GroenLinks[3]. Deze kloof blijft bestaan zelfs na correctie voor inkomen, leeftijd en opleiding, wat suggereert dat eigen woningbezit op zichzelf al tot een rechtsere stem neigt[4]. In de praktijk schuiven nieuwe huiseigenaren vaak op richting VVD: van de mensen die rond 2015 huurden en later een koopwoning kregen, steeg het aandeel dat op een rechtse partij stemt van 17% (als huurder) naar 39% (als eigenaar)[5].
Figuur 1: Aandeel van partijstemmers uit de hoogste vs. de laagste inkomensgroep. Bij de VVD komt bijvoorbeeld 47% van de kiezers uit het hoogste inkomenskwartiel, tegenover slechts 11% uit het laagste. Ter vergelijking: bij SP en PVV is het aandeel hoogste/laagste inkomens ongeveer gelijk. (Data Tweede Kamerverkiezingen 2012, CBS)[6][7]
Een hoog inkomen vergroot de kans op een VVD-stem aanzienlijk. In 2012 kreeg de VVD dubbel zoveel stemmen van de hoogste inkomenscategorie als van de laagste (odds ratio ~2,0)[8]. Onder kiezers uit het hoogste inkomenskwartiel behaalde de VVD toen 47% van de stemmen, tegenover slechts 11% onder de laagste inkomens[9][10]. Ook in recentere peilingen zien we dat hogere welstandsklassen sterk zijn vertegenwoordigd in het VVD-electoraat[11][12]. Laagste inkomens stemmen juist bovengemiddeld vaak op SP, PvdD, PVV of PvdA[13]. Daarnaast is het opleidingsniveau onderscheidend: gevestigde partijen als VVD, D66 en CDA trekken relatief veel hogeropgeleiden, terwijl laagopgeleide kiezers juist minder sympathie voor deze partijen hebben[2]. De VVD had in 2023 wel opvallend een mannelijker en ouderprofiel: ~60% van de VVD-aanhang was man en een meerderheid ouder dan 50[1]. Jongere kiezers (18-35) stemmen relatief weinig VVD[1]. Tot slot blijken gehuwden/gezinsmensen vaker VVD te stemmen dan ongehuwden[14][15] – mogelijk samenhangend met leeftijd en huisbezit. Samenvattend is de typische VVD-stemmer gemiddeld welgesteld, goed opgeleid, vaker eigenaar-bewoner, middelbaar tot ouder van leeftijd, en iets vaker mannelijk. Toch profileert de VVD zich succesvol als volkspartij, met stemmen “uit alle lagen van de bevolking”[11] – zelfs onder lagere inkomens bleef het in 2021 de grootste partij[12][16].
Wie profiteert echt van VVD-beleid?
De kern van het VVD-beleid sinds 2010 – vier kabinetten Rutte – was neoliberale lastenverlichting voor bedrijven en vermogenden, gefinancierd door bezuinigingen en verschuiving van lasten naar burgers. Vanaf welk inkomens- of vermogensniveau pakt dit beleid gunstig uit? De doorrekening van Rutte III’s belastingplannen liet zien dat vooral midden- en hoge inkomens profiteerden: gezamenlijk kregen zij €6,2 miljard aan belastingverlaging, terwijl lage inkomens per saldo €0,7 miljard méér gingen betalen[17]. Deze scheve lastenverlichting kwam door de invoering van het tweeschijvenstelsel (vlakkere inkomstenbelasting) dat lagere inkomens relatief zwaarder belastte, terwijl hogere inkomens fors voordeel kregen[17]. Iedereen ging er “iets” op vooruit, maar werkenden onder modaal, uitkeringsgerechtigden en gepensioneerdenveel minder dan hogere inkomens[18]. Concreet moest een modaal kostwinnersgezin tussen 2013 en 2017 ~€500 inleveren aan koopkracht[19], en een alleenstaande AOW’er met €15.000 aanvullend pensioen verloor zelfs €1.500 (−10%) koopkracht sinds Rutte II[20]. Daartegenover kregen hogere inkomens juist nettovoordeel, mede door lastenverschuivingen (bijv. lagere inkomstenbelasting maar hogere btw)[21][22]. Uit macro-cijfers blijkt dat de economische groei nauwelijks in reëel inkomen van burgers terechtkwam: tussen 2002 en ±2017 groeide de economie >20%, maar de doorsnee burger zag zijn reëel besteedbaar inkomen amper stijgen[23]. Met andere woorden, de koek werd groter maar de gemiddelde Nederlander merkte er weinig van – de vruchten van groei kwamen vooral bij kapitaal en hoge inkomens terecht.
Het vermogensbeleid onder Rutte kenmerkte zich door terughoudende heffingen op vermogen en vermogenstoenames. De belasting op vermogen (box 3) werd verlaagd: het heffingsvrije vermogen is stapsgewijs verhoogd (van ~€25.000 naar €50.000 in 2021) en het fictief rendement waarover geheven wordt fors verlaagd[24]. Hiervan profiteren enkel mensen die substantieel spaargeld of beleggingen hebben – wie weinig vermogen heeft zat al onder de vrijstelling en heeft dus geen baat. Ook de erf- en schenkbelastingen kennen royale vrijstellingen voor vermogenden. Zo kunnen aanmerkelijke aandeelhouders gebruikmaken van de Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) om een familiebedrijf vrijwel belastingvrij door te geven aan hun kinderen. Bij grote vermogensoverdrachten via de BOR was de effectieve belastingdruk in 2015 slechts ~1,1%, terwijl gemiddelde erfenissen ~12% en schenkingen ~6% belasting kenden[25][26]. Kortom, wie over tonnen of miljoenen aan vermogen beschikt, betaalt relatief weinig belasting over beleggingsrendement, erfenissen en schenkingen. Grote multinationals profiteren bovendien van Nederland als belastingdoorstroomland – duizenden brievenbusfirma’s sluizen winsten door met minimale afdracht[27][28]. De dividendbelasting zou zelfs geheel worden afgeschaft (Rutte III), een cadeautje van €1,4 miljard voor aandeelhouders dat Rutte alleen op druk van publieke verontwaardiging heeft laten varen[29]. Daarentegen stegen voor gewone burgers de indirecte lasten: btw op eerste levensbehoeften ging omhoog, zorgpremies en eigen risico’s stegen, energiebelasting nam toe, etc.[22]. Uit een evaluatie van Milieudefensie/CE Delft bleek bijvoorbeeld dat klimaatlasten onevenredig op lage inkomens drukken: huishoudens <€23k zagen hun bijdrage aan klimaatbeleid verdubbelen naar 4,2% van hun inkomen, terwijl hoge inkomens (~€89k) slechts van 0,8% naar 1,2% stegen[30][24]. Conclusie: het VVD-beleid pakt daadwerkelijk gunstig uit voor burgers met minstens een midden- tot hoger inkomen, substantiële vermogens of eigen woning/bedrijf. Voor hen lonen de belastingkortingen, lage vermogensheffingen en milde erfbelasting. Wie beneden modaal verdient of weinig bezit, heeft weinig voordeel en draagt relatief een groter deel van de last (bijv. via hogere btw en woonlasten).
Waarom stemmen mensen tóch op de VVD tegen hun belang in?
Gezien bovenstaande zou je verwachten dat alleen de “winnaars” van het VVD-beleid – rijke burgers en ondernemers – de partij steunen. Toch kreeg de VVD sinds 2010 steevast ~20-25% van de stemmen, veel meer dan alleen de topverdieners. Welke andere redenen verklaren dat mensen op de VVD stemmen, ook als het niet in hun direct sociaaleconomisch belang lijkt? Een mix van framing, beeldvorming en strategisch gedrag speelt een rol:
- Leiderschap & stabiliteit: Een belangrijk motief is dat de VVD gezien wordt als de partij van rustig en bekwaam bestuur. In de coronacrisis-verkiezing van 2021 noemden kiezers stabiel bestuur en een vertrouwde leider als doorslaggevend[31][32]. Mark Rutte bood in hun ogen ervaring en zekerheid tijdens crises. Twee derde van alle kiezers zag hem destijds als een betrouwbare premier[33]. Zelfs VVD-kiezers die inhoudelijk niet met alle standpunten matchten, namen dat “op de koop toe” zolang Rutte aan het roer stond[34]. De VVD profileert zich als verantwoordelijke bestuurspartij, die de boel bij elkaar houdt in tijden van verdeeldheid[35]. Dit imago van degelijke leider weegt voor veel mensen zwaarder dan eigenbelang op specifieke beleidspunten.
- Veiligheid & migratie: De VVD speelt in op law-and-order en immigratiekritiek zonder de extreme toon van PVV of FvD. Veel kiezers die zich zorgen maken over criminaliteit, terrorisme of immigratie verkiezen de “gematigde hardheid” van de VVD boven radicaal-rechts. Rutte en zijn partij presenteren zich als streng maar redelijk: strenger immigratiebeleid (denk aan Ruttes beruchte “pleur op”/“doe normaal” brief in 2017) en harde aanpak van overlast, maar binnen democratische grenzen. Dit framing van veiligheid geeft kiezers het gevoel dat hun zorgen serieus worden genomen, zonder de chaos die men bij Wilders vreest. Zo stemt een deel van de arbeidersklasse op de VVD vanwege immigratiestandpunten of harde retoriek richting fraude en misbruik, hoewel sociaal-economisch de PVV of SP dichter bij hun belang zouden liggen.
- Media-invloed & ‘verantwoordelijkheid’-imago: De gevestigde media behandelen de VVD doorgaans als de normale regeringspartij. Mark Rutte kreeg jarenlang het voordeel van de twijfel van journalisten en talkshows; schandalen gleden af op de “Teflon-premier”. Bijvoorbeeld, de toeslagenaffaire – die duizenden gezinnen ruïneerde – tastte Ruttes populariteit nauwelijks aan[36]. In verkiezingsdebatten krijgt de VVD vaak de frame van “degelijk begrotingsbeleid” en “moeilijke keuzes durven maken” toegeschoven, terwijl linkse alternatieven afgeschilderd worden als financieel riskant. Deze beeldvorming, versterkt door opiniepeilers en commentators, legitimeert het idee dat de VVD “nu eenmaal nodig is” voor stabiel bestuur. Mainstream media (kranten, NOS, EenVandaag) benadrukken vaak de competentie van VVD-bewindslieden en hun “verantwoordelijkheid” om lastige besluiten te nemen, waardoor kiezers vertrouwen houden dat het land bij de VVD in veilige handen is.
- Negatieve framing van links: De VVD heeft er actief aan bijgedragen dat linkse partijen in de ogen van veel kiezers eng of ondeskundig lijken. Verkiezing na verkiezing waarschuwde Rutte c.s. voor een “linkse wolk” die Nederland zou overspoelen met belastingverhogingen en schulden. Veel kiezers – ook met lage en middeninkomens – vrezen dat PvdA/GL of SP hen juist harder zou raken via hogere belastingen op arbeid, vermogen of huis. Ook wordt links weggezet als chaotisch en onervaren: denk aan retoriek dat linkse samenwerking zou leiden tot onstabiele coalities of beleidsexperimenten (basisinkomen, grote bedrijven pesten) die banen kosten. Die angstretoriek weerhoudt mensen ervan hun economische belang te heroverwegen. Een citaat vat het samen: “Links wil jouw portemonnee pakken, de VVD laat je met rust.” Zelfs als dat objectief niet klopt voor iemand met modaal inkomen, is de perceptie genoeg om bij de VVD te blijven.
- ‘Peilingslogica’ en strategisch stemmen: Ook strategisch stemgedrag speelt een rol, zeker in de versplinterde politieke arena na 2010. Veel kiezers stemmen niet primair op hun favoriete partij, maar op de partij die de meeste invloed kan krijgen of een ongewenst alternatief kan blokkeren. Uit onderzoek bleek dat in een verkiezing circa een kwart van de VVD-stemmers bewust strategisch stemde – zij gaven toe eigenlijk een andere partij sympathieker of inhoudelijk dichter te vinden, maar kozen VVD om de grootste partij te steunen of een linkse coalitie te voorkomen[37][38]. Vooral jongere kiezers (25-45 jaar) deden dit relatief vaak[39]. De VVD profiteerde hier structureel van: in sommige jaren leverden strategische stemmen de partij naar schatting 10 extra Kamerzetels op[38][40]. Deze bandwagon-effecten – de neiging om op de verwachte winnaar te stemmen – versterken zichzelf via peilingen. Als de VVD in de peilingen voorop ligt, gaan twijfelende rechts-gezinde stemmers eerder “veilig” voor de VVD kiezen in plaats van een kleinere partij die toch buiten de coalitie zou vallen. Zo houdt de VVD zelfs stemmen die inhoudelijk beter bij bijvoorbeeld JA21, PVV of CDA zouden passen.
- Persoonlijke populariteit (het ‘Rutte-effect’): Ten slotte heeft Mark Rutte zelf lang een electoraal wapen geboden. Hij heeft een imago van nuchtere, benaderbare leider die “begrijpt wat er onder gewone mensen leeft” (bijna de helft van alle kiezers vond dat in 2021 van toepassing op Rutte)[33]. Veel mensen vertrouwden Rutte persoonlijk, ondanks hun twijfels bij VVD-beleid. Zijn humor, optimisme en lange staat van dienst wekten sympathie zelfs bij kiezers die normaal niet VVD zouden stemmen. Deze leiderschapsbonus hield de VVD een decennium lang op de been. Bijvoorbeeld rond het toppunt van de toeslagenaffaire (2021) gaven VVD-kiezers aan “blijven vertrouwen in Rutte” belangrijker te vinden dan de inhoud van het schandaal. Rutte fungeerde als schild waarachter neoliberaal beleid voor velen acceptabel bleef – men “stemde op Mark” meer dan op de VVD. Dit verklaart deels waarom na zijn vertrek in 2023 de VVD meteen 10 zetels verloor: het directe Rutte-effect viel weg[41].
Stemmotieven vs. beleidsresultaten: de grote paradox
De hierboven genoemde motieven – leiderschap, veiligheid, stabiel bestuur, angst voor links, strategische overwegingen en Rutte’s persoonlijke aantrekkingskracht – hebben de VVD geholpen een brede achterban te behouden. Maar hoe verhouden deze drijfveren zich tot de daadwerkelijke resultaten van het VVD-beleid? Hier tekent zich een paradox af: mensen stemmen op de VVD voor bepaalde beloften, terwijl de feitelijke uitkomsten vaak hun eigen belang ondermijnen:
- Economische zekerheid: Veel VVD-stemmers willen stabiliteit en welvaart. In de praktijk profiteerden echter vooral de allerrijksten van de economische groei sinds 2010[23]. De doorsnee werkende zag amper koopkrachtgroei en werd geconfronteerd met hogere lasten (btw, zorgkosten, pensioenleeftijd omhoog). Tegelijk explodeerde de huizenmarkt en werden starters en middeninkomens de dupe van beleid (verhuurderheffing, gebrek aan sociale woningbouw, fiscale voordelen voor bezit). Ironisch genoeg stemden mensen op de VVD om “er zelf op vooruit te gaan”, terwijl velen er reëel op achteruit gingen in relatieve zin.
- Woningmarkt en huren: Kiezers waardeerden de VVD om haar “eigen huis eerst”-mentaliteit. Maar de wooncrisis verergerde onder VVD-beleid. Er ontstond een tekort van ~390.000 woningen, huren stegen tot recordhoogte en eigen huizen werden onbetaalbaar voor nieuwkomers[42][43]. Zelfs een meerderheid van de VVD-kiezers steunde inmiddels ingrijpen tegen huurexcessen – 71% van alle kiezers, inclusief VVD-achterban, wilde dat de Kamer de huren ging reguleren[44]. Dit is veelzeggend: VVD-stemmers zien zichzelf gedwongen om linkse maatregelen (huurbevriezing) te omarmen omdat marktwerking zó uit de hand is gelopen. De partij heeft dus haar eigen achterban in de knel laten komen op de woningmarkt, ondanks beloftes van “huizen voor middeninkomens”.
- Veiligheid & immigratie resultaten: De VVD beloofde streng migratie- en veiligheidsbeleid. In werkelijkheid waren de resultaten gemengd. Rutte’s kabinetten voerden wel aanscherpingen door, maar structurele problemen zoals asielopvang bleven bestaan of werden zelfs verergerd (opvangcrisis 2023 werd mede veroorzaakt door jarenlange sluiting van azc’s zodra instroom even daalde)[45][46]. Terwijl de VVD de vluchtelingen de schuld gaf van woningnood en druk op voorzieningen, wezen rapporten uit dat het beleid zelf de opvangcrisis creëerde[45]. Kortom, op veiligheid en migratie presenteert de VVD zich als effectief, maar veel kiezers misten echte oplossingen; toch bleven ze stemmen uit angst dat links “grenzen openzet” – een frame dat de realiteit overschaduwde.
- Overheidsfinanciën & diensten: Het argument dat de VVD “het huishoudboekje op orde brengt” overtuigde kiezers, maar had in de praktijk forse bezuinigingen op publieke sector tot gevolg. Burgers merkten verslechterde zorg (lange wachtlijsten in ziekenhuizen, tekorten in verpleeghuizen), politiecapaciteit onder druk en infrastructuur die achterstallig onderhoud opliep. De vraag “Waar zijn al die besparingen goed voor geweest?” dringt zich op. De beloofde beloning – lagere belastingen – kwam voor de meesten nauwelijks, maar de achteruitgang van publieke voorzieningen raakte ook VVD-stemmers (denk aan de chaos bij de Belastingdienst, krapte bij Defensie, lerarentekorten). Toch bleef het narratief dat links “geld smijt” velen afschrikken van een alternatief.
Kortom, veel VVD-stemmers stemden op basis van immateriële overwegingen (vertrouwen, angst, imago) terwijl de materiële uitkomsten van het beleid vooral in het voordeel waren van een klein vermogend segment. De “gewone” VVD-stemmer modaal inkomen, eigen huis met hypotheek, hardwerkend – kreeg te maken met duurdere boodschappen (hogere btw), stagnerende nettolonen, hogere energierekeningen en moeilijker betaalbare woningen. Desondanks bleef hij/zij loyaal, vaak overtuigd dat het alternatief erger zou zijn of dat Rutte wist wat hij deed voor het landsbelang. Deze paradox – stemmen tegen het directe eigenbelang – kon bestaan door de effectieve politieke en communicatieve strategie van de VVD.
Conclusie: Voor wie is de VVD écht?
De harde waarheid: de VVD is er in de kern voor de rijke bovenlaag en het grootbedrijf dat is de groep die steevast profiteert van haar beleid. Belastingen omlaag voor multinationals en miljonairs, aandelenwinsten en erfenissen ontzien, huizenprijzen sky-high (gunstig voor wie er al één heeft), flexibele arbeidsmarkt die ondernemers goed uitkomt. Voor Jan Modaal en de “hardwerkende Nederlander” waar de partij graag namens zegt te spreken, waren de afgelopen 13 jaar juist mager. Hun koopkracht bleef plat, hun huren stegen, hun zekerheid kalfde af. Toch wist de VVD deze mensen aan zich te binden, tegen hun eigen belang in. Hoe? Door meesterschap in politiek theater: een mix van angst zaaien en hoop bieden. Angst dat links uw portemonnee plundert of het land onbestuurbaar maakt – en hoop dat met “Mark” aan het roer alles goedkomt. Rutte heeft zijn achterban omarmd met joviale glimlach en geruststellende woorden, terwijl hij achter hen de schatkist openzette voor de Happy Few.
De paradox is genadeloos blootgelegd: VVD-beleid dient niet de gemiddelde kiezer, maar de financieel bevoorrechte klasse[17][26]. De partij verkocht dit decennialang als “in ieders belang”, en te veel kiezers hebben het geslikt als zoete koek. Ze stemden voor veilig leiderschap en kregen een koude neoliberale douche. Wie is de VVD écht? Niet de volkspartij voor Vrijheid & Democratie, maar de beschermheer van vermogen & dividend. En toch liet een aanzienlijk deel van Nederland zich overtuigen dat er geen alternatief was – knap staaltje politieke misleiding, mogelijk gemaakt door een versplinterd politiek landschap, een mild kritische pers en een oppositie die het narratief niet wist te kantelen.
Nu de Rutte-doctrine ten einde komt, is het moment daar om de balans op te maken. De sloopkogel van de feiten raakt onvermijdelijk de façade: veel VVD-stemmers hadden weinig te winnen bij het beleid dat ze steunden. Ze vertrouwden de beloftes van stabiliteit en vooruitgang, maar kregen beleid dat de ongelijkheid vergrootte en publieke voorzieningen afbrak[17][45]. De VVD heeft haar achterban overtuigd met slogans en sentiment, niet met resultaten voor die achterban. De wrange vraag is: Hoeveel langer trapt de “gewone” kiezer daarin? Uiteindelijk zal het besef groeien dat men met de VVD tegen zichzelf stemde. De partij voor “veiligheid” bleek vooral de veiligheid van aandeelhoudersrendement te bewaken. De partij voor “welvaart” bevoordeelde hoofdzakelijk degenen die het al breed hadden. Het antwoord op de vraag “voor wie is de VVD écht?” is duidelijk en het is niet voor Henk en Ingrid, maar voor Hans met z’n holding en de heren van de Zuidas.
De VVD wist haar achterban zo lang te overtuigen door een verhaal te vertellen waarin hun eigenbelang samenviel met dat van “de BV Nederland”. Dat sprookje ligt nu aan gruzelementen. De conclusies van dit onderzoek laten geen twijfel: de VVD-voter is vaak een paradox, eentje die dankzij framingskunsten en strategisch spel tegen zijn eigen portemonnee heeft gestemd. Het is tijd dat kiezers wakker worden en zich afvragen: Wiens belang verdedig ik met mijn stem? De sloopkogel raakt de façade en onthult dat die al die tijd een dun schild was waarachter de echte winnaars feestvierden.
Eind conclusie 3-luik: 13 jaar VVD een land uitgekleed met een glimlach
Dertien jaar Mark Rutte. Dertien jaar VVD. Dertien jaar waarin Nederland systematisch werd omgebouwd van een samenleving naar een BV. Wat resteert is geen land, maar een spreadsheet: belastingparadijzen voor multinationals, uitgeholde publieke diensten, wooncrises die complete generaties opsluiten bij hun ouders en een zorgsysteem dat draait als een kassa. En wij? Wij mochten toekijken.
In deel 1 legden we bloot hoe Rutte en zijn neoliberale kliek met chirurgische precisie beleid voerden dat vooral één groep diende: de rijken, aandeelhouders en lobbyisten. Niet het volk, niet de middenklasse, zeker niet de kwetsbaren. In deel 2 toonden we hoe het ook anders kon. Met eerlijke belastingen, fatsoenlijke investeringen in zorg, onderwijs en volkshuisvesting, en een economie waarin mensen belangrijker zijn dan winstcijfers. Nederland had er sterker, socialer en rijker voor iedereen kunnen uitzien. Maar dat pad werd bewust niet gekozen.
En dan is er deel 3. De pijnlijkste vraag: waarom stemmen miljoenen Nederlanders tóch op een partij die structureel tegen hun belang ingaat? Het antwoord is een mix van marketing, angst voor verandering en de VVD-mythe dat “zij de enigen zijn die het land draaiende houden”. Maar wie de cijfers ziet, weet beter: voor de meerderheid loont een stem op de VVD niet. Het is een stem op je eigen achteruitgang, verpakt in een kek blauw strikje.
De conclusie is simpel, hard en onvermijdelijk: Rutte en de VVD hebben Nederland niet geleid, maar leeggetrokken. Ze hebben een land achtergelaten dat kleiner denkt, kouder is en minder durft. En iedere stem die dit mogelijk maakte, was er één die dit proces versnelde.
De tijd van schouderophalen is voorbij. Het is tijd dat Nederland niet langer de BV van de VVD is, maar weer een samenleving wordt.
Nederland hoeft geen BV te zijn. Het is tijd om de macht terug te pakken van de lobby’s, de belastingontwijkers en de vriendenclubjes die champagne drinken op de Zuidas terwijl jij worstelt met je energierekening.
Praat erover. Deel dit. Stel vragen. Daag iedere VVD-stemmer in je omgeving uit met feiten.
De eerste stap naar verandering is het afbreken van de illusie dat dit normaal is.
En als straks weer verkiezingen komen: onthoud wie er 13 jaar lang aan de knoppen zat.
De schouderophalende Rutte-glimlach mag nooit meer een politieke strategie zijn.
Bronnen:
Bronnen: SCP, CBS, Kieskompas, I&O Research, Ipsos, et al. [13][17][11][3] (selectie).
[1] Mannen stemmen vaker VVD, NSC-kiezers zijn relatief oud en GroenLinks-PvdA is populair onder hoogopgeleiden: de zetelpeiling uitgesplitst | EenVandaag
[2] Demografie in het stemhokje – NIDI
https://nidi.nl/demos/demografie-in-het-stemhokje
[3] [4] [5] De stille bondgenoot van rechts? Je woont erin – De Correspondent
[6] [7] [8] [9] [10] [13] [14] [15] Het profiel van het electoraat in 2012 | CBS
https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2017/08/het-profiel-van-het-electoraat-in-2012
[11] [12] [16] [31] [32] [33] [34] [35] [36] ioresearch.nl
[17] [18] [24] [30] socialealliantie.nl
https://www.socialealliantie.nl/images/pdf/belastingplannen-van-het-kabinet.pdf
[19] [20] [21] [22] [23] tweedekamer.nl
https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=2018D16550
[25] [26] CPB: geen toename vermogensongelijkheid door erfenissen en schenkingen · Accountancy Vanmorgen
[27] [28] Wie profiteert van ons belastingparadijs? (Spoiler: jij niet) – OneWorld
[29] Wie betaalt de rekening van de miljarden die dit kabinet uitgeeft?
https://groenlinks.nl/nieuws/wie-betaalt-de-rekening-van-miljarden-die-dit-kabinet-uitgeeft
[37] [38] [39] [40] Persbericht I&O Research – Strategisch stemgedrag
[41] Kiezersonderzoek 2023, deel 3: VVD – StukRoodVlees
[42] [43] [44] Eerste Kamer der Staten-Generaal
[45] [46] 8x de rekening van Rutte – OneWorldhttps://www.oneworld.nl/mensenrechten/8x-de-rekening-van-rutte/