De Rutte rekening: het beleid wat Nederland gesloopt heeft tussen 2010-2023, deel 1 uit 3.

De rommel van jaren Rutte, hoe we hier in vredesnaam beland zijn

Mark Rutte wordt vaak geprezen als de “Teflon-premier”. Niets blijft aan hem kleven, niet de toeslagenaffaire, niet de gasbevingen in Groningen, niet de woningnood, niet de zorgcrisis, niet de structurele afbraak van publieke voorzieningen. En toch… bleef hij zitten. We hebben meer dan tien jaar een premier die meester is in het uitstellen, wegpoetsen en doorschuiven van problemen.

Maar die problemen verdwijnen niet. Ze stapelen zich op. Achter de façade van glimlachende banaliteit ligt een land dat piept en kraakt: een uitgeknepen middenklasse, een generatie jongeren zonder betaalbaar huis, een overheid die burgers als vijand behandelt en een politieke cultuur die wantrouwen in plaats van visie ademt.

In dit eerste deel van ons drieluik duiken we in de puinhopen die Rutte achterlaat. Niet om te zeuren, maar om de werkelijkheid onder ogen te zien en omdat je geen alternatief kunt bouwen als je niet eerst begrijpt hoe diep de schade gaat.

  1. Deel 1 – De Rutte-Rekening: Hoe het neoliberale sloopbeleid Nederland heeft uitgekleed.
  2. Deel 2 – Het Alternatief: Hoe eerlijk beleid had kunnen zorgen voor een sterk, sociaal en rechtvaardig Nederland.
  3. Deel 3 – Het VVD-mysterie: Waarom zoveel mensen tóch blijven stemmen op de partij die hun eigen toekomst verkoopt.

Welkom in de erfenis van Rutte. Het is geen erfenis waar je “dank je wel” voor zegt.

Belastingen en Begroting

  • Massale bezuinigingen en lastenverzwaringen (2010–2017): Vanaf zijn aantreden voerde Rutte met diverse coalities harde bezuinigingsrondes door. In naam van begrotingsdiscipline werd ruim 40–50 miljard euro bij de burger weggehaald via bezuinigingen op publieke voorzieningen en hogere belastingen[1][2]. Dit austeriteitsbeleid – ingegeven door het neoliberale geloof in een kleine overheid – raakte vooral de gewone Nederlander: salarissen in de publieke sector stagneerden, voorzieningen werden gekort en de economie liep volgens economen onnodige schade op[2]. Rutte pronkte met een “op orde” huishoudboekje, maar intussen betaalden de samenleving en 350.000 misgelopen banen de prijs[3]. De harde Rutte-doctrine: de rekening van de crisis bij de burger, in ruil voor een begrotingsoverschot.
  • Belastingcadeaus voor multinationals – verlaging winstbelasting (2019): Nadat in 2018 het plan om de dividendbelasting af te schaffen strandde, sluiste kabinet-Rutte III het vrijgekomen belastinggeld linea recta door naar grote bedrijven via een forse verlaging van de vennootschapsbelasting[4][5]. Het toptarief voor bedrijfswinsten daalde van 25% naar 20,5%, het lage tarief naar 15%. Daarmee werd pakweg 1,9 miljard euro per jaar – eerder bijeengebracht door zes jaar aan bezuinigingen en lastenverzwaringen voor burgers – doorgesluisd naar het bedrijfsleven[1]. Deze maatregel geldt als een van de grootste herverdelingsoperaties na de oorlog: een herverdeling van arm naar rijk, van arbeid naar kapitaal[5]. Rutte omhulde het in Reagan-Thatcher-jargon (“trickle-down”), maar feitelijk was het “trickle-up”: welvaart omhoog pompen naar aandeelhouders, terwijl de gewone werknemer achterbleef[5]. De neoliberale overtuiging druipt eraf: corporatiespekken eerst, de rest krijgt kruimels.
  • Afschaffing dividendbelasting (geprobeerd in 2017–2018): Rutte III wilde de 15% dividendbelasting – betaald door aandeelhouders op uitgekeerde winst – volledig schrappen. Dit zou de schatkist jaarlijks €1,9 miljard kosten[6]. Omdat Nederlandse beleggers die belasting toch terugkrijgen, gold dit alom als een cadeautje voor buitenlandse aandeelhouders en multinationalsals Shell en Unilever[7]. Er was geen bewijs dat het afschaffen banen zou opleveren[8]. Toch stond Rutte hier persoonlijk achter sinds dag één van zijn premierschap, onder intense lobby van het grote bedrijfsleven[9][10]. Uiteindelijk blies Unilever de verhuizing af en ging het plan door massale weerstand van tafel, tot Rutte’s schaamte[11][12]. Maar de intentie was veelzeggend: Rutte was bereid miljarden aan buitenlandse investeerders te geven, terwijl burgers de meerwaarde niet zouden zien. Wederom Rutte’s handtekening: profijt voor het grootkapitaal, verlies voor de publieke kas.
  • Lastenverschuiving naar gewone burgers – BTW-verhogingen (2012, 2019): Onder Rutte werden consumptiebelastingen verhoogd, waardoor de rekening bij de midden- en lage inkomens belandde. Zo steeg in 2012 het hoge BTW-tarief van 19% naar 21%, en in 2019 ging het lage BTW-tarief van 6% naar 9%[13][14]. Die BTW-verhoging van 2019 leverde de schatkist €3,1 miljard extra op, waarvan huishoudens driekwart betalen – gemiddeld zo’n €300 per huishouden per jaar[13][15]. Tegelijk verlaagde Rutte III de inkomstenbelasting (met een vlakkere tariefstructuur en verlaging van het toptarief naar 49,5%), wat vooral hogere inkomens relatief bevoordeelde[16]. Per saldo gingen de lasten regressiever: boodschappen en energie werden duurder voor iedereen[17], terwijl vermogende groepen profiteerden van tariefverlagingen. Neoliberale logica in de praktijk: maak de rijken rijker en laat de rest opdraaien voor de “belastinghervorming”.

Zorg

  • Kosten afgewenteld op patiënten – eigen risico en eigen bijdragen (2012–2016): Rutte’s kabinetten voerden een harde individualisering van zorgkosten door. Het verplichte eigen risico in de zorgverzekering steeg van €170 in 2011 naar €385 in 2016[18]. Wie ziek is, betaalt sindsdien jaarlijks de eerste 385 euro zorgkosten zelf. De redenering was dat mensen zo “prikkels” krijgen om minder zorg te gebruiken, maar feitelijk trof het vooral chronisch zieken en arme mensen – ziekte werd behandeld als eigen schuld[19]. Dit leverde de overheid in 2015 zo’n €3,2 miljard op (anderhalf miljard meer dan in 2012), direct uit de portemonnee van patiënten[20]. Daarnaast schrapte Rutte II landelijke tegemoetkomingen voor chronisch zieken (Wtcg en CER) per 2015, waardoor kwetsbare groepen honderden euro’s misliepen[21]. Gemeenten kregen minder geld voor maatwerk, wat leidde tot absurde situaties (bijv. een eigen bijdrage van €750 p/maand voor dagbesteding bij niet-aangeboren hersenletsel[22]). Zorg mijden werd een nieuw fenomeen: circa 10% van de Nederlanders stelde medische hulp uit om het eigen risico uit te sparen[23]. Het resultaat van dit neoliberale zorgbeleid: minder solidariteit, meer drempels – wie arm of ziek is, betaalt letterlijk de prijs.
  • Afbraak ouderenzorg en decentralisatie (2015): In Rutte II werd besloten verzorgingshuizen te sluiten voor alle behalve de zwaarste zorggevallen, onder het motto “langer zelfstandig wonen” en bezuinigen op langdurige zorg. De AWBZ werd in 2015 vervangen door de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Wmo, met veel zorg en ondersteuning overgeheveld naar gemeenten met forse budgetkortingen. Minister Stef Blok pochte: “Ik ben de eerste VVD’er die een heel ministerie heeft doen verdwijnen” – namelijk dat van Wonen en zorg[24]. De gedachte was €2 miljard te besparen door ouderen pas veel later een plek in verpleeghuizen te geven en fors te snijden in de thuiszorg[25]. Dit beleid pakte rampzalig uit: kwetsbare ouderen die niet meer in aanmerking kwamen voor een tehuis vereenzaamden thuis of belandden na valpartijen alsnog in het ziekenhuis[26]. De bezuiniging “bespaarde” niets – het kabinet moest juist extra geld uittrekken om de ontwrichte verpleeghuiszorg en thuiszorg overeind te houden[27]. Uiteindelijk is van de geplande €2 miljard besparing ruim €0,5 miljard teruggedraaid en komt er €2,1 miljard extra om de tekorten en misstanden te repareren[27]. Zorgeconoom Guus Schrijvers concludeerde dat we “de ouderenzorg grotendeels afgebroken” hebben voor niets[28]. De menselijke tol – overbelaste families, vereenzaamde bejaarden en overbelaste zorgverleners – werd lange tijd glashard genegeerd door Rutte’s kabinet, totdat de puinhoop niet langer viel te ontkennen.

Onderwijs

  • Studieleningen in plaats van basisbeurs (2015): Onder Rutte II werd de basisbeurs afgeschaft en vervangen door het sociaal leenstelsel. Vanaf september 2015 kregen nieuwe studenten geen maandelijkse beurs meer, maar moesten zij lenen voor hun studie. Deze neoliberalisering van het onderwijs schoof de rekening van onderwijs door naar jongeren zelf, met het argument dat een diploma “een persoonlijke investering” is die later wel rendeert[29]. Wie rijke ouders heeft, kan het zich permitteren weinig te lenen; anderen beginnen hun loopbaan met een schuldenlast. Inmiddels is de totale studieschuld in Nederland geëxplodeerd van 12,8 miljard in 2015 naar 28,2 miljard euro[30]. Gemiddeld studeert een generatie af met €26.000 schuld[31]. Onderzoek van Nibud toont dat studenten steeds vaker financieel afhankelijk zijn van ouders, wat de ongelijkheid vergroot tussen jongeren mét gegoede ouders en zij die het zonder steun moeten stellen[32]. Ook gaan minder bachelorstudenten direct door voor een master, uit angst voor nóg hogere schulden[33]. De beloofde kwaliteitsverbetering van het onderwijs bleef uit: van de €5 miljard besparing op de basisbeurs is tot 2022 nog geen €1,3 miljard daadwerkelijk in onderwijs geïnvesteerd[34][30]. De “leenangst is niet nodig”-retoriek van minister Bussemaker bleek vals[35] – een hele “pechgeneratie” voelt zich bekocht en in de kou gezet[36][37]. Onder Rutte werd studeren een prive-privilege: de slagerszoon steekt zich diep in de schulden, terwijl de advocaatzoon op kosten van pa zijn bul haalt[38]. Gelijke kansen? Lang leve het neoliberalisme[39].

Woningmarkt

  • Verhuurdersheffing en uitverkoop sociale huur (2013): Rutte II voerde de omstreden verhuurdersheffing in: een jaarlijkse extra belasting voor woningcorporaties op hun sociale huurwoningen (aanvankelijk oplopend tot €1,7 miljard per jaar)[40][41]. Officieel was dit om de crisis in de schatkist te bestrijden, maar het kwam neer op een enorme greep uit de kas van non-profit huisvesters. Corporaties moesten zo’n anderhalve maand huurinkomsten per jaar afdragen[42], ten koste van investeringen in nieuwbouw en renovatie van betaalbare woningen[43]. Tegelijk stimuleerde Rutte’s beleid corporaties om “scheefwoners” (huurders met iets hoger inkomen) eruit te werken: via inkomensafhankelijke huurverhogingen mochten huren extra omhoog, of woningen liberaliseren boven de sociale huurgrens[44]. Deze neoliberale dubbele greep – financieel uitknijpen en “marktconform” maken – had voorspelbare gevolgen: corporaties verkochten massaal huizen aan beleggers of trokken ze uit de sociale sector. Tussen 2013 en 2020 verdwenen bijna 200.000 sociale huurwoningen in Nederland[45][46]. Huren in de vrije sector schoten omhoog, en lage- en middeninkomens kwamen in de knel op de woningmarkt. De VVD verdedigde de heffing tot het eind (afschaffing kwam pas in 2023 onder Rutte IV), want het paste in hun ideologie dat sociale huur “te groot” was en de markt meer ruimte moest krijgen[47]. Marktwerking boven volkshuisvesting: Rutte hakte met de sloopkogel in het sociale woningbestand, waardoor huren stegen en woningnood explodeerde – een rechtstreeks gevolg van bewust beleid.

Arbeidsmarkt en Sociale Zekerheid

  • AOW-leeftijd omhoog (2012–2013): Een van Rutte’s eerste wapenfeiten was het verhogen van de pensioenleeftijd. Ondanks protesten ging de AOW-leeftijd stapsgewijs van 65 naar 66 jaar (in 2018) en 67 jaar (in 2021), gekoppeld aan verdere stijging bij levensverwachting[48]. Werknemers – óók mensen met zware beroepen – werden gedwongen langer door te werken om in aanmerking te komen voor pensioen. Deze ingreep, verkocht als “onvermijdelijk” vanwege vergrijzing, was vooral een forse besparing op de overheidsuitgaven. Voor veel arbeiders betekende het korter van hun pensioen genieten of zelfs eerder afhaken in de bijstand of arbeidsongeschiktheid als ze het fysiek niet haalden. Het was kenmerkend voor Rutte’s neoliberale koers: de sociale zekerheid werd uitgehold onder het mom van noodzaak, terwijl alternatieven (als hogere bijdragen van kapitaal of gefaseerde invoer) terzijde werden geschoven. De rekening van de vergrijzing kwam eenzijdig bij de werkende burger te liggen – langer buffelen, of in armoede aftakelen voor je de 67 aantikt.
  • Flexibilisering ten koste van werknemersrechten (2010–2020): Tijdens de Rutte-jaren veranderde de arbeidsmarkt in een walhalla voor flexwerk en schijnzelfstandigheid – en een mijnenveld voor werknemerszekerheid. Nederland werd Europees koploper in losse contracten en ZZP’ers zonder vangnet[49]. Onder Rutte II poogde minister Asscher met de Wet Werk en Zekerheid (2015) de doorgeschoten flex te beteugelen, maar die wet pakte averechts uit[49]. Werkgevers omzeilden de regels via payrollconstructies, draaideurcontracten of het inhuren van ZZP’ers tegen lagere kosten. Rutte’s kabinetten grepen nauwelijks in – de polder werd aan zijn lot overgelaten onder het motto “werkgevers moeten kunnen concurreren”. Het resultaat: inmiddels heeft vier op de tien werkendengeen vast contract[50]. Vooral jongeren, laagopgeleiden en migrantarbeiders zitten gevangen in tijdelijke baantjes, uitzendwerk of schijnzelfstandigheid, vaak zonder pensioenopbouw of zekerheid. Deze “flexibilisering” eist een hoge tol: werknemers durven minder hypotheek of gezin aan, en de machtsbalans helt ver door naar de kant van het kapitaal. In Rutte’s neoliberale utopie is de werknemer een wegwerpartikel – maximale wendbaarheid voor de werkgever, maximale onzekerheid voor de werkende.
  • Hardvochtig bijstandsregime en fraudewet (2013–2015): Rutte’s kabinetten voerden een vergaand disciplineringsoffensief tegen uitkeringsgerechtigden. De Fraudewet van 2013 schreef voor dat iemand die een fout maakt in de bijstand het te veel ontvangen bedrag moet terugbetalen plus 100% boete – een draconische straf, ook bij onbedoelde fouten[51]. Honderden gezinnen werden hierdoor diep in de schulden gestort, vergelijkbaar met de latere toeslagenaffaire. In 2015 kwam daar de Participatiewet bij, die gemeenten verplichtte bijstandsgerechtigden strenger te controleren en te sanctioneren. Nieuwe regels dwongen mensen te verhuizen voor werk (tot 3 uur reistijd enkele reis) en elke baan of tegenprestatie te accepteren, hoe slecht betaald ook[52]. Wie niet voldeed, kon 1–3 maanden gekort worden op zijn uitkering[53]. Zelfs uitvoerende ambtenaren vonden deze regels onwerkbaar en onmenselijk: één op de drie sociaal dienst-medewerkers vond de bijstandsregels té streng en contraproductief[54][55]. De bureaucratie werd zo complex dat “goedwillende mensen eerder onbewust frauderen” – 80% van de uitvoerders vond boetes in zulke gevallen onterecht[56]. Toch volhardde Rutte c.s. in het frame van de “profiterende uitkeringstrekker”. De participatiesamenleving van Rutte bleek vooral een strafexpeditie tegen de kwetsbaren: liever mensen tot wanhoop drijven met boetes en honger, dan erkennen dat werkloosheid niet verdwijnt door harde hand. Solidariteit maakte plaats voor wantrouwen als staatstactiek.

Klimaat en Energie

  • Gronings gas: winst boven veiligheid (2010–2018): Jarenlang hielden Rutte’s regeringen de aardgaswinning in Groningen hoog, ondanks toenemende aardbevingen die inwoners traumatiseerden en hun huizen beschadigden. De overheid inde miljarden aan gasbaten, Shell/Exxon (NAM) maakten vette winsten – en de veiligheid van Groningers werd stelselmatig genegeerd. Pas in 2018, na een parlementaire enquête en aanhoudend burgerprotest, besloot Rutte III de gaskraan geleidelijk dicht te draaien. De enquêtecommissie concludeerde snoeihard dat de staat en Shell/Exxon financiële belangen structureel boven de veiligheid van de Groningers hebben gesteld[57]. Het was een “ongekend systeemfalen” waarin private én publieke partijen wegkeken en het leed van Groningers miskenden[58]. Bewindslieden verzwijmelden eerder liever over “leveringszekerheid” en “schadeafhandeling komt goed” – ondertussen trilden huizen onveilig en zagen bewoners hun vertrouwen in de overheid volledig verdampen[59][60]. Rutte’s neoliberale reflex hier: laat de cashflow doorlopen en schuif verantwoordelijkheid af. Pas toen de grond letterlijk scheurde onder Groningen, kwam er beweging – te laat en te weinig voor duizenden gedupeerden.
  • Klimaatbeleid in dienst van grote vervuilers (2017–2021): Hoewel Rutte III zich met het Klimaatakkoord profileerde als groen, was het beleid doortrokken van polderen ten gunste van industriebelangen. In plaats van grote vervuilers stevig aan te pakken, koos men voor marktgerichte lapmiddelen als CO₂-opslag met royale subsidies. Van de extra uitstootreductie werd bijna 20% (!) geprojecteerd via Carbon Capture and Storage – een peperdure technologie die nauwelijks werkt[61][62]. Om dit te financieren werd de SDE++-subsidiepot, gevuld door burgers via de energierekening, opengesteld voor bedrijven die CO₂ onder de grond stoppen[63]. Resultaat: miljarden aan duurzame-subsidiegeld, bedoeld voor windmolens en zonne-energie, vloeien nu naar de petrochemie en staalindustrie voor twijfelachtige opslagprojecten[64][65]. Tegelijk weigerde Rutte lange tijd een CO₂-heffing voor de industrie; de energiebelasting werd juist verhoogd bij huishoudens (+€337 miljoen per jaar) véél meer dan bij bedrijven (+€56 miljoen)[66]. Ook kregen grootverbruikers blijvend korting op stroom en gas, en deelden ze mee in gratis emissierechten ter waarde van miljarden[67]. Het regeerakkoord beweerde “de vervuiler betaalt”, maar het tegendeel was waar[66][68]: de gewone burger betaalde fors meer, terwijl grote uitstoters ontzagen werden. Rutte’s kabinet hield bovendien de kolenindustrie lang de hand boven het hoofd: nog in 2015 openden drie nieuwe kolencentrales, om ze een paar jaar later onder druk weer te moeten sluiten met compensatie voor de eigenaren. Kortom, klimaatbeleid op z’n neoliberaals: mooie woorden, minimale lasten voor het grootbedrijf, en de burger kon intussen de rekening én de CO₂ ophoesten.

Internationale Handel en EU-beleid

  • Belastingparadijs en multinationals eerst (2010–2023): Onder Rutte verwierf Nederland de dubieuze reputatie van belastinghaven voor multinationals. Zijn kabinetten faciliteerden agressieve tax planning door lage tarieven en schimmige rulings – zozeer dat Oxfam Nederland in 2016 tot grootste belastingparadijs van Europa uitriep[69][70]. In plaats van deze status te bestrijden, koos Rutte III er juist voor om – naast de al lage winstbelasting – nog verdere belastingverlagingen voor bedrijven door te voeren[70]. De vennootschapsbelasting ging omlaag en men poogde zelfs de dividendbelasting te schrappen, “zonder enig duidelijk voordeel voor Nederland”[70]. Oxfam Novib constateerde dat de winnaars van dit beleid de grote bedrijven en aandeelhouders zijn, terwijl ontwikkelingslanden en gewone burgers de verliezers zijn[70]. Internationaal profileerde Rutte zich als vazal van het grootkapitaal: handelsverdragen als CETA en TTIP werden door zijn kabinet omarmd, ondanks zorgen dat die de macht van multinationals vergroten (via ISDS-klauzules) ten koste van democratische beleidsruimte. In EU-verband verzette Rutte zich steevast tegen initiatieven voor belastingharmonisatie of strengere regulering van bedrijven. Tijdens de Eurocrisis en de coronacrisis ontpopte hij zich als leider van de “vrekkige vier”: hij eiste harde hervormingen en minimale solidariteit, in lijn met zijn bezuinigingsmantra. Het resultaat: Nederland behield zijn rol als doorvoerluik voor miljardenwinst van multinationals, terwijl Rutte elders preekte over “hervormen” en op de centen letten. De belangen van kapitaal gingen systematisch bóven die van mensen – precies de kern van de neoliberale ideologie die Rutte zo fanatiek belijdt.

Elke bovenstaande maatregel laat zien hoezeer Rutte’s beleid doortrokken was van neoliberale logica. Marktwerking, privatisering en bezuiniging waren steevast de antwoorden, zelfs als de maatschappij kreunde onder de gevolgen. Grote bedrijven, aandeelhouders en vermogenden zagen hun positie versterkt – zij kregen belastingkortingen, ontziening en cadeaus. Gewone burgers betaalden de rekening: via hogere lasten, minder zekerheid, duurdere voorzieningen of een uitgeklede sociale bescherming. De korte-termijnwinnaars waren de kapitaalkrachtigen; de verliezers waren de publieke sector, de kwetsbaren en uiteindelijk de sociale cohesie. Op lange termijn heeft dit beleid diepe scheuren geslagen: groeiende ongelijkheid, woningnood, vertrouwen in de overheid tot een dieptepunt, en een samenleving waarin solidariteit plaatsmaakte voor ieder-voor-zich.

In Sloopkogel-stijl kunnen we niet anders dan concluderen: Mark Rutte heeft met zijn kabinetten een sloopkogel door de Nederlandse verzorgingsstaat en solidariteit gejaagd. Achter het glimlachende mantra “hard werken wordt beloond” ging een keiharde agenda schuil die vooral het grootkapitaal beloond heeft. De rest kreeg te horen dat er “geen alternatief” was. Maar de puinhopen – in de zorg, in het onderwijs, op de woningmarkt, in het klimaat en in het vertrouwen van burgers – tonen haarscherp de prijs van tien jaar neoliberaal beleid. [5][70]

Bronnen:

[1] [4] [5] [11] [12] Rutte-3 geeft de burger (alweer) een klap in het gezicht – Follow the Money – Platform voor onderzoeksjournalistiek

https://www.ftm.nl/artikelen/rutte-3-geeft-de-burger-alweer-een-klap-in-het-gezicht

[2] [3] Bezuinigingen Rutte hebben economie ‘onnodig beschadigd’ – Joop – BNNVARA

https://www.bnnvara.nl/joop/artikelen/bezuinigingen-rutte-economie-onnodig-beschadigd

[6] [7] [8] [9] [10] Rutte vanaf zijn aantreden bezig met afschaffen dividendbelasting

https://www.rtl.nl/economie/artikel/4410176/dividendbelasting-afschaffen-rutte-acht-jaar-shell-unilever

[13] [14] [15] [16] Dit merkt je portemonnee van de btw-verhoging naar 9% in 2019: €300 per huishouden

[17] Prinsjesdag 2018: een overzicht van bekende en onbekende plannen

https://nos.nl/artikel/2251016

[18] [19] [20] [21] [22] De zeven plagen in de zorg – De Groene Amsterdammer

https://www.groene.nl/artikel/de-zeven-plagen-in-de-zorg

[23] ‘Nog steeds voorlichting eigen risico zorg nodig’

https://nos.nl/artikel/2168088

[24] [44] [45] [46] De kabinetten-Rutte lieten bijna tweehonderdduizend sociale huurwoningen verdwijnen – Joop – BNNVARA

https://www.bnnvara.nl/joop/artikelen/de-kabinetten-rutte-lieten-bijna-tweehonderdduizend-sociale-huurwoningen-verdwijnen

[25] [26] [27] [28] Kabinet Rutte heeft ouderenzorg ‘afgebroken’, maar zag er niets voor terug – Joop – BNNVARA

https://prd.test.bnnvara.nl/joop/artikelen/rutte-ouderenzorg-afgebroken

[29] Hoe vergaat het studenten in het leenstelsel? | CBS

https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/statistische-trends/2021/hoe-vergaat-het-studenten-in-het-leenstelsel-?onepage=true

[30] [34] [35] [36] [37] [38] Geen beter onderwijs, wel hogere studieschuld: zo zijn studenten met het leenstelsel in de kou gezet – Follow the Money – Platform voor onderzoeksjournalistiek

https://www.ftm.nl/artikelen/gebroken-beloften-van-het-sociaal-leenstelsel

[31] [32] [33] [39] ‘Onder minister-president Mark worden de havenots vanaf het begin af aan al stelselmatig verneukt’ | Nieuwe Revu

https://revu.nl/artikel/454909/onder-minister-president-mark-worden-de-havenots-vanaf-het-begin-af-aan-al-stelselmatig-verneukt

[40] [41] [42] [43] [47] In memoriam: de verhuurderheffing – afscheid van een neoliberale wensdroom – Follow the Money – Platform voor onderzoeksjournalistiek

https://www.ftm.nl/artikelen/verhuurderheffing-exit

[48] Tussenbalans kabinet-Rutte II (tabel) – Montesquieu Instituut

https://www.montesquieu-instituut.nl/id/vjmnhv6tismx/tussenbalans_kabinet_rutte_ii_tabel

[49] Hoofdpijndossier Rutte II: flexibilisering van de arbeidsmarkt | EenVandaag

https://eenvandaag.avrotros.nl/artikelen/hoofdpijndossier-rutte-ii-flexibilisering-van-de-arbeidsmarkt-105710

[50] Flexibilisering op de arbeidsmarkt eist een hoge tol – Follow the Money

https://www.ftm.nl/artikelen/flexibilisering-op-de-arbeidsmarkt-eist-een-hoge-tol

[51] [52] [53] [54] [55] [56] Regels bijstand onwerkbaar

https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/openbare-orde-en-veiligheid/regels-bijstand-onwerkbaar

[57] [58] [59] [60] ‘Een ongekend systeemfalen’: vier beschouwingen over het rapport van de parlementaire enquête aardgaswinning Groningen | Parlement.com

https://www.parlement.com/nieuws/202302/een-ongekend-systeemfalen-vier-beschouwingen-over-het-rapport-van-de-parlementaire

[61] [62] [63] [64] [65] [66] [67] [68] Dit zijn de zes grootste missers in het klimaatbeleid van Rutte III – De Correspondent

https://decorrespondent.nl/7446/dit-zijn-de-zes-grootste-missers-in-het-klimaatbeleid-van-rutte-iii/425e2f53-9828-0b50-2e3e-cdc9015c1c49

[69] [70] Nederland moet als grootste Europese belastingparadijs nu…

https://www.oxfamnovib.nl/persberichten/nederland-moet-als-grootste-europese-belastingparadijs-nu-verantwoordelijkheid-nemen

Write a Comment

Leave a Comment